/HGO/logo.jpgHoud Groningen Overeind!

Blad ASN Bank eenzijdig positief over kernenergie

 
16 december 2019, Herman Damveld
 
/Redactioneel/ASNKernenergie.jpg
 
Regelmatig lezen we dat kernenergie voordelen heeft: er zou geen broeikasgas CO2 vrijkomen; de voorraden uranium en thorium zijn ruim voldoende; kernenergie heeft weinig ruimte nodig; de veiligheid van kerncentrales is sterk verbeterd; opslag van kernafval kan veilig. Deze argumenten, om maar een paar voorbeelden te noemen, gebruikt Marieke van Gils in het blad van de ASN Bank van december 2019. Ze stelt dat een scenario met ruim 40 nieuwe kerncentrales in Nederland “best voordelen” heeft.1 Maar haar argumenten kloppen niet, zoals we hierna zullen laten zien.
 
1. De plaatsen voor de bouw van nieuwe kerncentrales liggen al lange tijd vast: Eemshaven, Maasvlakte en Borssele.2 Er is dus geen taboe op kernenergie. Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) schreef op 17 juli 2019 dat marktpartijen al sinds tientallen jaren een vergunning voor de bouw van een kerncentrale kunnen aanvragen maar dat niet hebben gedaan.3 Blijkbaar zijn er geen marktpartijen die vinden dat kerncentrales “best voordelen” hebben.
 
2. Broeikasgassen zoals CO2 geven een ongewenste klimaatverandering. Kernenergie is echter in tegenstelling tot wat regelmatig beweerd wordt, niet CO2-vrij. Dit broeikasgas komt namelijk vrij bij de winning en bewerking van uraniumerts, bij de bouw van de kerncentrale, het transport van kernbrandstof, de afbraak van de centrale, enzovoort. Bij al deze werkzaamheden zijn machines nodig die benzine of diesel gebruiken en zo CO2-uitstoot veroorzaken. De uitstoot door kernenergie is nu duidelijk hoger dan bij energie uit zon of wind. Dit verschil neemt sterk toe naarmate de uraniumertsen armer worden.4 5 6
 
3. Wie de kleine lettertjes van de schadeverzekering bestudeert, komt ook een paragraaf tegen over schade die niet gedekt wordt. Behalve oorlog wordt ook schade “veroorzaakt door of samenhangend met atoomkernreacties” niet gedekt. Deze uitsluiting is niet toevallig. Er is namelijk een afspraak tussen de verzekeringsmaatschappijen dat zij niemand individueel zullen verzekeren tegen de risico's van kernenergie.7 Blijkbaar vinden verzekeringsmaatschappijen kernenergie een te groot risico en te onveilig.
 
4. Bij een kernongeval met de kerncentrales Borssele in Nederland, Doel en Tihange in België of Lingen in Duitsland moeten mensen tot op 10 kilometer afstand geëvacueerd worden.8 Kinderen tot 18 jaar en zwangere vrouwen moeten tot op 100 kilometer jodiumtabletten slikken om schildklierkanker te voorkomen.9 Het gaat hier ook om gebieden in Nederland. Volgens de regering kan door een kernongeval een groter gebied getroffen worden dan eerder aangenomen.10 De regering schreef op 20 december 2018 dat een ernstig kernongeval “grote gevolgen kan hebben voor Nederland.”11 De Duitse overheidsorganisatie Bundesamt für Strahlenschutz (BfS) heeft op 12 december 2019 een film uitgebracht over hoe te handelen bij een kernongeval.12 Als de veiligheid van kernenergie sterk verbeterd zou zijn, waren deze maatregelen van de Nederlandse en Duitse regering niet nodig.
 
5. Volgens een rapport uit 2018 van het Nucleair Energie Agentschap te Parijs is de geïdentificeerde voorraad uranium (winbaar tegen kosten van 130 dollar per kilo) 6,2 miljoen ton.13 Stel dat alle landen in de jaren 80 het voorbeeld van Frankrijk hadden gevolgd en kernenergie in 2030 zo’n 70% van alle elektriciteit had moeten leveren. Dan waren er veel meer kerncentrales gebouwd. We kunnen bij benadering uitrekenen dat daarvoor tot eind 2031 zo’n 6,3 miljoen ton uranium nodig was geweest.14 Dat is ruim de totale geïdentificeerde voorraad van 6,2 miljoen ton. In dit voorbeeld zou de geïdentificeerde voorraad uranium al binnen 11 jaar op zijn. Een bewering over de ruime voorraad uranium hangt dus af van de kijk op de toekomst van kernenergie. Hoe meer kerncentrales, hoe minder lang de voorraad meegaat.
 
6. Het kernafvalprobleem is niet opgelost. Nergens ter wereld is een ondergrondse opslagplaats voor warmte-producerend hoogradioactief afval in bedrijf. 15 Onder meer Zwitserland en Duitsland gaan ervan uit dat geologische stabiliteit, en dus een veilige opslagperiode van een miljoen jaar, gegarandeerd moet zijn.16 In Nederland wordt vaak gezegd dat de geplande eindberging in Finland veilig zou zijn. Maar Finland heeft hetzelfde concept voor de eindberging van radioactief afval als Zweden. In 2018 heeft het Zweedse Hof voor Land en Milieu het opbergplan echter in twijfel getrokken omdat de veiligheid niet is aangetoond.17 18
 
7. De Nederlandse regering wil het radioactieve afval ondergronds opbergen. Het gaat vooral om zoutkoepels in Noord-Nederland. Genoemd zijn Ternaard in Friesland, Pieterburen en Onstwed­de in de provincie Groningen, Schoonloo en Gassel­te-Drouwen in Drenthe en de minder zekere zoutkoepels Hooghalen en Anloo eveneens in Drenthe.19 20 21 Dit gegeven komt in het artikel in het ASN-blad niet voor.
 
8. Kernenergie op basis van thorium wordt naar voren geschoven. Dit type centrales is echter op z’n vroegst over 20 tot 30 jaar beschikbaar. Op 9 oktober 2015 concludeerde de vorige minister van Economische Zaken, Kamp: “Benodigde ontwikkelingstijd thoriumreactoren maakt grootschalige toepassing daarvan in 2050 onwaarschijnlijk.”22 Medewerkers van de Chinese Academie van Wetenschappen werken aan een gesmolten-zoutreactor via een prototype met een vermogen van 2 MW, gevolgd door een 10 MW experimentele reactor die in 2025 in bedrijf moet komen. Commerciële toepassing duurt dan nog minstens tot 2040, stelden ze begin december 2017.23 Omdat thoriumcentrales pas na 2040 te koop zijn, is er nu geen thorium nodig en kan men inderdaad beweren dat er een ruime voorraad is.
 
9. Kernenergie zou weinig ruimte nodig hebben, een stelling die juist is als we alleen de plek bekijken waar een kerncentrale staat. Maar een kerncentrale heeft een groot oppervlak aan water nodig voor koeling. Voor de kerncentrale Borssele gaat het om 63.000 kubieke meter per uur.24 Het ruimtebeslag door bijvoorbeeld de buitenlandse uraniummijnen komt daar nog bij. Of op genoemde drie locaties genoeg koelwater is voor 40 kerncentrales, daarover lezen we niets in het ASN-blad. Al met al is de stelling dat kernenergie weinig ruimte nodig zou hebben, twijfelachtig.
 
Conclusie
Het artikel in het blad van de ASN Bank geeft een eenzijdig positieve kijk op kernenergie. De klanten van de ASN Bank worden zo op het verkeerde been gezet.
We wilden het concept van dit artikel ter reactie voorleggen aan mevrouw Van Gils. Dat heeft ze echter geweigerd.
6 http://www.co2ntramine.nl/kernafval-en-opslag-in-zoutkoepels-wat-we-erover-weten/, de bijlage met een overzicht van de stand van zaken rond kernenergie, 11 juni 2019.
7 G.E. van Maanen, Pleidooi voor verbetering van de rechts­positie van slachtoffers van kernongevallen", lezing op het NVMP-symposium 'Wat leert Tsjernobyl ons?' op 13 september 1986 in Amsterdam, in verkorte versie afgedrukt in: Nederlands Juristenblad, 29 november 1986, pp. 1342-1345. De citaten in dit artikel komen uit deze lezing.
14 Volgens het IAEA was het totale energiegebruik in 2007, uitgedrukt in ExaJoule (EJ) 510 EJ, waarvan kernenergie 5,9%, dat is 30EJ. Voor 2030 verwacht het IAEA een wereldwijd energiegebruik van 826EJ, waarvan 39% elektriciteit ofwel 322EJ. Stel kernenergie zorgt voor 70% van het elektriciteitsgebruik in 2030, overeenkomend met 225EJ. Kernenergie gaat dan van 30EJ naar 225EJ, dat is 7,5 keer zoveel. Er is dan ook 7,5 zoveel uranium nodig in 2030, d.w.z. 525.000 ton in dat jaar. Bij benadering is gemiddeld tussen 2011 en 2030 jaarlijks zo’n 300.000 ton uranium nodig. Tot en met 2031 is dat 6,3 miljoen ton.
16 Nagra, Medienmitteilung, 6 november 2008 en http://www.bmu.de/files/pdfs/allgemein/application/pdf/endfassung_sicherheitsanforderungen_bf.pdf, juli 2009
19 http://www.covra.nl/infocentrum/opera, rapport CORA (Commissie Opberging Radioactief Afval, 1995-2001).
20 Herman Damveld, “ Touwtrekken om radioactief afval. 25 Jaar plannen maken voor opslag in zoutkoepels “ Groningen, 2001.
21 Commissie Opberging te Land (OPLA), Onderzoek naar de geo­logi­sche opberging van radioactief afval in Nederland. Eind­rap­port Aanvullend onderzoek van Fase 1 (1A), (1993).
24 C. Andriesse,"Kernenergie in beweging", Amsterdam, 1982, hoofdstuk 4.
© 2019 Houd Groningen Overeind                                                                     HGO maakt gebruik van Sitemagic CMS