/HGO/logo.jpgHoud Groningen Overeind!

Hoezo, voldoende geschikte zoutkoepels voor de opslag van kernafval?



Herman Damveld, 16 augustus 2021
 
Volgens de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) zijn er voldoende geschikte zoutkoepels voor de opslag van kernafval. Maar klopt dat wel en waarop is dat gebaseerd? Omdat de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) binnenkort begint met een discussie over kernenergie en kernafval, hebben we de argumentatie alvast uiteengerafeld.
Gedachtewisseling over feiten en waarden gepland
De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) maakt een advies over kernenergie. De aanleiding is “de aandacht in de media en politiek voor kernenergie.” De Raad wil “meer orde in het debat” brengen, vraagt zich af: “Waarom worden bepaalde stellingen ingenomen?” En:  “Over welke feiten (…) bestaat overeenstemming, onenigheid of onzekerheid?”1 Vanaf september organiseert de Raad een “open gedachtewisseling” en in februari volgend jaar moet het advies aan de regering klaar zijn.
Hoe de Raad deze open gedachtewisseling gaat organiseren en hoe men wil nagaan over welke feiten overeenstemming bestaat, is onduidelijk. Met een voorbeeld over kernafval in zoutkoepels zullen we laten zien hoe lastig de opgave is die de Raad zichzelf stelt.
We citeren hiervoor een stelling van de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA), die verantwoordelijk is voor de opslag van alle soorten kernafval in Nederland.
1 Er zijn voldoende opslagmogelijkheden in de diepe ondergrond, klopt dat?
De COVRA stelt in een rapport dat op 7 juli 2021 verschenen is: “Nederland heeft voldoende geschikte zout en kleilagen waar op 500 meter diepte een eindberging gerealiseerd kan worden.2
Is deze stelling waar? Als we ons beperken tot opslag in zoutkoepels, gaat het om de vraag welke zoutkoepels hier bedoeld worden. Dat hebben we de heer Verhoef, plaatsvervangend directeur van de COVRA, gevraagd. Hij antwoordde op 16 juli 2021 dat er “vertrouwen” is dat de opslag in zoutkoepels of kleilagen “haalbaar” is.3 Als onderbouwing verwees Verhoef naar “de resultaten van OPERA” (dat is een onderzoek van de COVRA zelf naar de opslag in klei) en naar eerder onderzoek naar de opslag in zoutkoepels.
Conclusie: Verhoef geeft geen antwoord op een concrete vraag, het antwoord is dat hij er vertrouwen in heeft vanwege het onderzoek tot nu toe. Maar waarom kan een concrete vraag niet concreet beantwoord worden?
2 Om welke zoutkoepels gaat het?
Al vanaf 1976 zijn zoutkoepels in Noord-Nederland in beeld voor opslag van kernafval. Genoemd zijn Ternaard in Friesland, Pieterburen en Onstwedde in de provincie Groningen, Schoonloo en Gasselte-Drouwen in Drenthe en de minder zekere zoutkoepels Hooghalen en Anloo, eveneens in Drenthe.456  
De COVRA noemt deze zoutkoepels niet. Vandaar de vraag of deze lijst klopt en zo nee, waarom niet?
3 Klopt het vertrouwen dat de COVRA heeft in het eigen onderzoek?
Peter Löhnberg bestudeert al vele jaren het gebruik van rekenmodellen voor de berging van radioactief afval. Hij heeft in 2019 een artikel gemaakt “Onzekerheid in modellen voor eindberging van radioactief afval”. Daarin legt hij in een gedetailleerde analyse uit dat het doel van het onderzoek van de COVRA verkeerd is, dat de modelberekening gebruik maakt van subjectieve inschattingen en mede daardoor de illusie van veiligheid geeft.7 In zijn boek ‘Radioactief afval – Waar laten we het’ dat in oktober 2020 verscheen is, werkte hij dit verder uit en liet hij onder meer zien dat in de rekenmodellen van de COVRA veel belangrijke aspecten verwaarloosd zijn. Daardoor is de veiligheid niet aangetoond.8
Dat roept de vraag op waarop het vertrouwen van Verhoef gebaseerd is. Om hier duidelijkheid over te verkrijgen zou nauwkeurig aangegeven moeten worden welke de overeenkomsten en verschillen zijn in de argumentaties van Verhoef en van Löhnberg. Als Löhnberg gelijk heeft, is de stelling van Verhoef weerlegd dat er in Nederland voldoende opslagmogelijkheden zijn.
4 Klopt het dat de ervaringen in Duitsland, Denemarken en de VS met opslag in zout geen vertrouwen geven?
Bij de Duitse zoutkoepels in Asse en Morsleben lekken vaten met kernafval en kost het de belastingbetaler 7,4 miljard euro om er wat aan te doen, 5 miljard euro om de vaten in Asse weer op te graven en 2,4 miljard euro om de opslagmijn in Morsleben af te dichten.9
De Duitse overheidsinstantie Bundesgesellschaft für Endlagerung (BGE) heeft op 28 september 2020 Gorleben na 40 jaar onderzoek van de lijst geschrapt omdat deze zoutkoepel niet voldoet aan de geologische criteria.10 Het onderzoek heeft 1,6 miljard euro gekost.11
In Denemarken werden destijds zes zoutkoepels onderzocht voor de opslag van kernafval. Ze bleken allemaal ongeschikt. Het Deense parlement bepaalde vervolgens in mei 1985 geen kerncentrales te zullen bouwen.12 Bij dit besluit hebben de negatieve resultaten van de proefboringen in zoutkoepels een belangrijke rol gespeeld.
De opslagmijn WIPP (Waste Isolation Pilot Plant) in een zoutlaag in de Verenigde Staten  is een militair project voor de opslag van radioactief afval van de kernwapenproductie. Daarom was de normale wettelijke vergunningprocedure hier niet van toepassing.13 Vanaf het begin was er kritiek op de veiligheid van de opslag, maar die werd door de overheid terzijde geschoven.14 In juni 2021 verscheen wederom een rapport met veel kritiek op de veiligheid van de WIPP-opslag.15   
Conclusie: de ervaring met opslag van kernafval in buitenlands zout geven juist geen vertrouwen. Waarom de COVRA ondanks deze  buitenlandse ervaringen vertrouwen heeft in opslag in zoutkoepels of -lagen is onbekend en zou onderwerp kunnen zijn van een uitgebreide discussie.
5 Zijn proefboringen en verder onderzoek volgens de COVRA nodig?
De Duitse zoutkoepel Gorleben viel af na veel en langdurig onderzoek: na proefboringen rond en in de zoutkoepel werd een deel van de geplande opslagmijn aangelegd.
De COVRA beweert nu al dat er voldoende opslagmogelijkheden zijn. Dat roept de vraag op of onderzoek nodig is om dat te bepalen. Is soortgelijk onderzoek als bij Gorleben niet nodig in Nederland? Zou het kunnen zijn dat zoutkoepels na onderzoek toch van de lijst geschrapt moeten worden? Zoals Verhoef het omschrijft, lijkt het alsof hij al voldoende weet. Maar is dat ook zo?
6 Wat zijn de criteria om te bepalen of een zoutkoepel geschikt is?
“De criteria voor geschiktheid van een mogelijke kandidaat-locatie hangen af van het specifieke concept,” stelde Verhoef.16
We kunnen dan ook concluderen dat er nu geen criteria zijn om te bepalen of een zoutkoepel al dan niet geschikt is. Dat doet denken aan discussies van eind jaren zeventig, toen de regering vage criteria gebruikte waarmee men alle kanten op kon en waarover toen veel discussie is geweest. Beter zou zijn dat er nu al heldere criteria zijn, zodat men resultaten van onderzoek aan die criteria kan toetsen. Zo loopt men niet het gevaar dat de criteria achteraf aangepast worden aan de resultaten van het onderzoek.
7 Conclusie
Vooralsnog lijkt het erop dat de bewering van de COVRA dat er voldoende geschikte zoutkoepels zijn, niet meer is dan een verwachting, hoewel de COVRA suggereert het nu al zeker te weten. Het is aan de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur om de discussie over feiten, waarden en verwachtingen goed en evenwichtig te laten verlopen.
 
© 2021 Houd Groningen Overeind                                                                     HGO maakt gebruik van Sitemagic CMS