/HGO/logo.jpgHoud Groningen Overeind!

Kernafval, zoutkoepels in Duitsland en Nederland


Herman Damveld, 1 februari 2021


Zowel Duitsland als Nederland hebben plannen om radioactief afval op te slaan in zoutkoepels. In Duitsland is er een lijst met mogelijke zoutkoepels waarover op dit moment inspraak is. Nederland beperkt zich voorlopig tot onderzoek.

Zoutkoepels vlak over de Duitse grens
De Bundesgesellschaft für Endlagerung (BGE) heeft op 28 september 2020 een rapport uitgebracht over de opslag van kernafval in Duitsland.1 Het gaat over de regio’s die in aanmerking komen voor opslag in zoutkoepels, kleilagen of graniet.
Er worden zoutkoepels genoemd vlak bij de Nederlandse grens, die ook al in de jaren zeventig op de lijst stonden, zoals Dörpen ter hoogte van Bourtange, Lathen/Wahn ter hoogte van Ter Apel, en Börger.
Ook de noordelijker gelegen zoutkoepels Jemgum (bij Leer) en Bunde staan op de lijst. Deze twee zoutkoepels kwamen in 1987 als beste naar voren uit een lijst van 36 zoutkoepels in de deelstaat Nedersaksen, blijkt uit een rapport van de regering van deze deelstaat.2
Er zijn echter nog meer zoutkoepels vlak bij de grens die genoemd worden voor opslag van kernafval: Neusustrum, Oberlangener Tenge, Lingen-Baccum en Herzlake (zie figuur 1).
De bevolking heeft inspraak over bovengenoemd rapport. De Duitse regering zal vervolgens in 2031 een locatie kiezen waar het kernafval ondergronds moet komen.3 Daarna moet vastgesteld worden of de opslagplaats voldoet aan de eis dat het kernafval veilig opgeslagen blijft gedurende een miljoen jaar.4 In Noord-Nederland heeft het Duitse plan tot verontrusting geleid.5
De BGE heeft de zoutkoepel Gorleben van de lijst geschrapt omdat deze zoutkoepel niet voldoet aan de geologische criteria.6 Vanaf 1977 is 1,6 miljard euro uitgegeven aan onderzoek en het aanleggen van een gedeelte van een opslagmijn in Gorleben.7

Onderzoek moet veilige opslag kernafval in Nederlandse zoutkoepels aantonen
Er wordt een nieuwe veiligheidsanalyse gemaakt over de opslag van kernafval in Nederlandse zoutkoepels om aan te tonen dat deze opslag veilig kan. Dat staat in een in november 2020 verschenen rapport van de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) over onder meer de zoutkoepels. De COVRA heeft als taak om radioactief afval eerst tijdelijk en daarna definitief op te slaan.8

Opslag in zoutkoepels noodzakelijk
De COVRA geeft aan hoe de veiligheidsanalyse eruit zal zien. Het nog op te stellen rapport “zal beginnen met een inleiding om het Nederlandse publiek bekend te maken met het concept van de definitieve berging.” In de inleiding “zal uitgelegd worden waarom definitieve berging noodzakelijk is.”  Zoutkoepels hebben in de visie van de COVRA “veel positieve eigenschappen die maken dat ze een geschikt opslagmedium voor kernafval zijn.” Daarbij wordt verwezen naar onderzoek vanaf de jaren zeventig. De COVRA heeft het niet over welke zoutkoepels dat zijn, maar het gaat om Ternaard in Friesland, Pieterburen en Onstwedde in de provincie Groningen, Schoonloo en Gasselte-Drouwen in Drenthe en de minder zekere zoutkoepels Hooghalen en Anloo in Drenthe.91011
 
Rathenau Instituut bereidt discussie voor
In opdracht van de regering bereidt het Rathenau Instituut (RI) een discussie voor over de opslag van kernafval.12 Vanaf de aankondiging in 2019 kent die discussie echter een valse start, omdat op de website van het RI aantoonbare onjuistheden staan.13 Het RI heeft op 9 juli 2020 een niet-openbaar rapport gemaakt over onder meer de keuze van de opslagplek. Volgens pagina 11 van het rapport is er “behoefte aan een uitgewerkt proces om tot een locatiekeuze te komen.“ Dit proces “moet ook verhelderen hoe wordt omgegaan met de provincie en gemeente waar de bergingsfaciliteit komt. Daarbij gaat het om de mate van inspraak in het besluitvormingsproces, maar ook over de afspraken en financiële regelingen die met lokale partijen worden gemaakt.“14

Rathenau Instituut onafhankelijk?
De COVRA gaat het RI ondersteunen en zal “informele interacties organiseren met het RI om up-to-date feiten te verschaffen voor de dialoog.” Het gaat hier om de dialoog die het RI wil organiseren met de bevolking. De COVRA heeft een budget van 3,5 miljoen euro. Het RI krijgt op deze manier informatie aangeleverd, waar naar we aannemen niet voor betaald hoeft te worden. Het RI wordt betaald door de overheid. Het zou voor de hand liggen dat maatschappelijke groeperingen ook een aanzienlijk bedrag aan subsidie krijgen van de overheid om gelijkwaardig mee te kunnen doen aan een dialoog. Daar is tot nu toe echter geen sprake van. Daarnaast valt het op dat het RI blijkbaar heeft ingestemd met ‘informele interacties’ met de COVRA, dus met interacties waarvan in het openbaar niets bekendgemaakt wordt. Is het RI dan nog wel onafhankelijk en geschikt om een dialoog te organiseren?

Figuur 1
Zoutkoepels Noord-Duitsland

/Zout/Zoutkoepels.jpg
  Deel dit artikel op Facebook!
6. Der Salzstock Gorleben ist nach Anwendung der geowissenschaftlichen Abwägungskriterien gemäß § 24 StandAG kein Teilgebiet geworden. Damit greift die Regelung des § 36 Abs. 1 S. 5 Nr.1 StandAG wonach der Salzstock Gorleben aus dem Verfahren ausscheidet. Der Salzstock Gorleben wird daher nicht bei den weiteren Arbeiten der BGE zu den Vorschlägen über die Standortregionen betrachtet.
10. Herman Damveld, “Touwtrekken om radioactief afval. 25 Jaar plannen maken voor opslag in zoutkoepels“, Groningen, 2001.
11. Commissie Opberging te Land (OPLA), Onderzoek naar de geologische opberging van radioactief afval in Nederland. Eindrapport Aanvullend onderzoek van Fase 1 (1A), (1993).
© 2020 Houd Groningen Overeind                                                                     HGO maakt gebruik van Sitemagic CMS